OudersWat is TOS?Hoe praat ik met mijn kind over TOS?

Het is goed om met je kind te praten over TOS. Je kunt zelf het beste inschatten welke uitleg past bij de leeftijd van je kind. En bij de taalproblemen van je kind. We geven hier graag een paar algemene Tips. Is je kind al wat ouder? Kijk dan ook bij onze ‘Tips voor praten met je puber’. Dit staat onderaan op deze pagina.

TIPS: praten met je kind

  • Praat in korte en duidelijke zinnen
  • Stel je kind vragen (‘wat vind je moeilijk bij het praten’?)
  • Kijk eens samen naar deze poster. Waar heeft jouw kind moeite mee?
  • Praat samen over wat je kind wel goed kan
  • Geef niet te veel informatie tegelijk
  • Neem rustig de tijd. Geef je kind tijd om de informatie te verwerken en te reageren.
  • Herhaal de informatie op een later moment nog eens
  • Gebruik gebeurtenissen uit het dagelijks leven om samen over taal of TOS te praten
  • Gebruik hulpmiddelen zoals gebaren, picto’s, ondersteunend tekenen of Spraaktaal Kids
  • Kijk samen met je kind naar ervaringsverhalen van kinderen met TOS
  • Lees samen eens een boek over TOS of een boek over ‘jezelf zijn’

“Mijn zoon had een beste vriend, die bij ons in de straat woonde. Met hem heb ik ook een gesprekje gehad. Want hij merkte dat er iets aan de hand was. Met spelen kon mijn zoontje snel boos worden. En hij speelde natuurlijk met weinig woorden. Het vriendje had veel begrip en hield rekening met mijn zoontje in hun spel. En als mijn zoon te boos werd dan ging dat vriendje naar huis, om een dag later weer terug te komen.”

Moeder van een zoon met TOS (8 jaar)

Wat vertel ik over TOS?

Om je op weg te helpen geven we een paar voorbeelden van wat je aan je kind kunt vertellen over TOS:

Taal is moeilijk voor jou

TOS is een Taal-Ontwikkelings-Stoornis: dan heb je moeite met het leren van taal. Je hebt minder aanleg voor taal. Andere mensen hebben bijvoorbeeld minder aanleg voor muziek. TOS is voor iedereen anders. Sommige kinderen met TOS begrijpen taal niet goed. Andere kinderen vinden het lastig om woorden te vinden of om te zeggen wat ze bedoelen.

Jij bent goed in andere dingen

Iedereen is wel ergens goed in. Als je TOS hebt kun je bijvoorbeeld goed zijn in tekenen, gamen, sporten of met dieren omgaan. Waar ben jij goed in?

Je bent niet de enige

Er zijn ook andere kinderen met TOS. Sommige kinderen met TOS hebben maar weinig problemen. Of ze leren met hun taalproblemen omgaan. Dan hebben ze er niet zoveel last meer van. Andere kinderen hebben wat meer hulp nodig. Die gaan bijvoorbeeld naar behandelgroepKinderen krijgen hier behandeling in een klein groepje. of een speciale school. TOS is voor iedereen anders.

Wat merk je op school?

Als je TOS hebt kun je woorden minder goed onthouden. Je vergeet sneller wat iemand heeft gezegd. Dat is lastig op school. Bijvoorbeeld als de juf zegt: “pak het werkboek dat je gisteren gekregen hebt en sla het open op bladzijde 3”. Zo’n lange zin is moeilijk te onthouden. Dan weet je niet wat je moet doen. Maar de juf denkt misschien wel dat je niet oplet. Het is dus goed als de juf weet dat jij moeite met taal hebt. Het kan ook moeilijker zijn om met andere kinderen te praten. Of om mee te doen in de pauze. Bijvoorbeeld als kinderen ineens de spelregels veranderen.

Tips voor je kind

Tip 1

Soms moet je langer nadenken voordat je weet hoe je iets moet zeggen. Dat is niet erg. Andere mensen moeten dan maar even wachten! Je kunt zeggen dat je aan het nadenken bent. Als je naar mensen blijft kijken weten ze dat je nog iets wilt zeggen.

Tip 2

Zeg tegen andere mensen dat je taal moeilijk vindt. Dan kunnen ze er rekening mee houden. Bijvoorbeeld door langzamer te praten. Of door in korte en duidelijke zinnen te praten. Of door het nog een keer te zeggen. Of door voor te doen hoe iets moet. Als je wilt kun je ook een spreekbeurt over TOS houden.

Tip 3

Praat met de meester of juf over wat je moeilijk vindt. Of laat je ouders met de meester of juf praten. Dan kunnen ze je op school beter helpen. Misschien vind je het fijn als de juf vaker een plaatje gebruikt. Of als ze maar één opdracht tegelijk geeft.

Tip 4

Een logopedistEen logopedist helpt bij spraak of taalproblemen., remedial teacherIemand die op school leerlingen helpt die moeite hebben met lezen of leren. of een ambulant begeleiderEen expert die op school komt om een kind met TOS te helpen. Bij sommige organisaties heet het ambulant dienstverlener. kan je helpen met taal. Dan gaat het op school beter. En het wordt makkelijker om met andere kinderen te praten.

Tip 5

Wil je andere kinderen met TOS ontmoeten? En ben je tussen de 7 en 14 jaar? Kijk dan eens bij SamenTrOtS.

Tips: praten met je puber

  • Veel pubers willen niet praten over problemen. Dat is heel normaal. Ga er niet speciaal voor zitten. Praten gaat vaak beter tijdens de afwas of een andere bezigheid.
  • Wijs je kind op ervaringsverhalen van jongeren, tips van jongeren met TOS en Spraaktaal.
  • Wil je kind in contact komen met andere jongeren met TOS? Kijk dan bij SpraakSaam (voor jongeren van 12 tot 30 jaar).
  • Bespreek met je kind of de Com-Pas handig is. Dit pasje en de app helpen jongeren met TOS bij de communicatie in moeilijke situaties. Bijvoorbeeld op stage, in de winkel of in het openbaar vervoer.