Hoe kom je in aanraking met TOS?

Ongeveer 5% van de kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Veel van de kinderen met TOS komen terecht bij een logopedist voor diagnostiek, begeleiding en langdurige ondersteuning. De meeste logopedisten in Nederland werken vanuit een vrijgevestigde praktijk of in het speciaal (basis)onderwijs. Ook op verschillende behandelgroepen voor kinderen met een (vermoeden van) TOS zijn veel logopedisten werkzaam. De kans is dus groot dat je als logopedist met enige regelmaat te maken krijgt met cliënten met een taalontwikkelingsstoornis (TOS), soms al vanaf zeer jonge leeftijd.   

TOS ziet er bij ieder kind anders uit en gaat niet over 

De kenmerken kunnen wel veranderen naarmate een kind ouder wordt. Hoewel TOS vooral bekend is als een stoornis die in de kindertijd wordt gediagnosticeerd, is er ook voor TOS bij volwassenen steeds meer aandacht. Volwassenen bij wie TOS nooit eerder is vastgesteld kunnen later in hun leven nog hulp zoeken vanwege hardnekkige taal- en communicatieproblemen, die zij bijvoorbeeld ervaren op hun werk en in hun sociale leven.  

Alert op de signalen van TOS

Logopedisten zijn opgeleid om de spraak- en taalontwikkeling nauwkeurig te onderzoeken. Het kan zo zijn dat je als logopedist een cliënt krijgt bij wie al een diagnose (een vermoeden van) TOS is gesteld. In andere gevallen zal dit nog niet het geval zijn. Het is daarom belangrijk dat je als logopedist alert bent op de signalen van TOS. De meeste logopedisten hebben al ervaring met TOS. Ze weten waar ze op moeten letten om signalen van TOS te herkennen. Anderen hebben misschien minder ervaring met TOS. Vind je het fijn een overzicht te zien van de belangrijkste signalen? Klik dan hier. 

Wat kun je doen?

Logopedisten hebben een belangrijke rol in het herkennen, diagnosticeren en behandelen van TOS. Zie je signalen van TOS bij je cliënt, dan is het belangrijk dit met de ouders/verzorgers te bespreken. Je kunt hen dan adviseren om het kind aan te melden voor multidisciplinair onderzoek bij een Audiologisch Centrum (AC). Hiervoor is een verwijzing van een arts nodig. Wanneer je cliënt op het AC komt, dan neemt het AC in veel gevallen contact op met jou als behandelend logopedist. Je kunt dan informatie en testscores delen en specifieke vragen stellen met het oog op diagnostiek en behandeling.

Door zo vroeg mogelijk in te zetten op het passend stimuleren van de spraak- en taalontwikkeling van kinderen kunnen de gevolgen van TOS, zoals ontwikkelingsproblemen en frustraties op latere leeftijd, verminderd worden. Ook is het goed om ouders zo veel mogelijk te betrekken in de behandeling. Uit onderzoek blijkt dat de taalvaardigheden van kinderen aanzienlijk kunnen verbeteren als ouders leren hoe ze taal bewust kunnen stimuleren.  

Diagnostiek en behandeling

Voor je diagnostiek en behandeling is het belangrijk dat je werkt volgens de monodisciplinaire richtlijn TOS. Voor multidisciplinaire logopedische diagnostiek en behandeling in de 2e en 3e lijnszorg wordt gewerkt met het KITS-protocol en kunnen werkwijzen verschillen. Je kunt beredeneerd van de richtlijn afwijken als de specifieke situatie daarom vraagt. In je werk pas je de basisprincipes toe die je je vanuit je opleiding, stages, werkervaring en bij- en nascholingen eigen hebt gemaakt. Hierbij blijft participatiegericht werken belangrijk. Je kunt (communicatieve) behandeldoelen opstellen, in samenspraak met je cliënt en/of ouder(s). In de behandeling van kinderen met TOS is het in vergelijking met andere kinderen nóg belangrijker om gebruik te maken van voorspelbaarheid, visuele ondersteuning en gestructureerde input.

Wil je overleggen?

Het kan natuurlijk altijd voorkomen dat je vastloopt in de behandeling van een cliënt met TOS. Probeer in zo’n geval te overleggen met collega’s, of neem bijvoorbeeld contact op met een van de spreekuren van de expertiseorganisaties, bijvoorbeeld het digiTAAL spreekuur van Kentalis, het Online spraak-/taalspreekuur van Auris of het Telefonisch spreekuur voor professionals van de NSDSK. Vanuit het Spraak- & Taal Ambulatorium van Kentalis, de Spraakpoli van Auris of de Fonopolivan de NSDSK kunnen, na een behandelperiode van enkele weken, passende adviezen gegeven worden voor het vervolg van jouw behandeling.

Effect van TOS op andere ontwikkelingsgebieden

TOS kan, naast effect op de taalontwikkeling van kinderen, ook zijn weerslag hebben op andere ontwikkelingsgebieden. Denk bijvoorbeeld aan de sociaal-emotionele ontwikkeling en aan neurocognitieve ontwikkeling, zoals de (volgehouden) aandacht, het werkgeheugen en impulscontrole. Kinderen met TOS kunnen het bijvoorbeeld moeilijk vinden om een vraag te stellen in de klas, of vinden het lastig om een uitleg te volgen en raken daardoor afgeleid. Het is daarom belangrijk dat leerkrachten zich bewust zijn van de kenmerken van TOS. Als logopedist kun je hier een belangrijke bijdrage in hebben. Bijvoorbeeld door overleg te initiëren en te zorgen voor heldere verslaglegging, waarin je beschrijft hoe de taalproblemen het bredere functioneren kunnen beïnvloeden.

Algemene tips om je taal aan te passen

In de communicatie met mensen met TOS is het belangrijk om je taalgebruik aan te passen aan hun taalniveau. Onderstaande tips zijn algemeen en belangrijk voor iedereen die bij jouw cliënt betrokken is:

  • Praat in korte en duidelijke zinnen. 
  • Leg moeilijke woorden uit. 
  • Geef niet te veel informatie tegelijk. 
  • Neem de tijd om iets te vertellen. Praat rustiger dan je gewend bent en las pauzes in. Zo krijgt iemand met TOS tijd om de informatie te verwerken. 
  • Herhaal belangrijke informatie. 
  • Gebruik ondersteunende hulpmiddelen, zoals: 
    • aanwijzen 
    • gebaren  
    • plaatjes  
    • ondersteunend tekenen 
    • kernwoorden opschrijven

Voor ouders is er een pagina met Tips voor taalstimulering. Daar staan posters in verschillende talen met algemene tips voor taalstimulering bij jonge kinderen. Er zijn ook specifieke tips voor problemen met klanken, woorden, zinnen, verhalen, interactie en leren en onthouden. Vanuit jouw vakgebied heb je waarschijnlijk al voldoende kennis over het behandelen van en het communiceren met cliënten met TOS. 

We attenderen je graag op een paar specifieke tips: 

Werken met meertalige cliënten:

  • Op de website Meertaligheid en taalstoornissenvind je algemene adviezen voor de logopedische behandeling van meertalige kinderen. Daarnaast kun je er per taal opzoeken welke (transfer)fouten je vanuit de moedertaal kunt verwachten en wat er bekend is over de tekenen van TOS in die taal. Ook op website Moedertaal in NT2 (minder talen beschikbaar) kun je per taal opzoeken welke fouten te verwachten zijn vanuit die specifieke moedertaal en wat eerder als ‘zorgelijk’ beschouwd kan worden.  
  • In kaart brengen met welke talen een kind opgroeit en hoe de meertalige opvoeding verloopt kan met het Vraaggesprek Meertaligheid (de opvolger van de anamnese meertaligheid). Logopedisten kunnen dit instrument gebruiken om met ouders in gesprek te gaan over de meertalige omgeving en hun wensen. 
  • ThuisTaalTool(in ontwikkeling) is het vervolg op Speakaboo. Met deze app kan de logopedist (samen met ouders) de specifieke spraakklanken in de thuistaal oefenen en op die manier behandelen.  
  • Om snel een inschatting te kunnen maken van de verstaanbaarheid bij een meertalig kind, kun je gebruik maken van de Intelligibility in Context Scale’ (ICS). Deze korte vragenlijst kunnen ouders zelf invullen in hun eigen taal. Hierbij maken ze een inschatting van de verstaanbaarheid van hun kind in verschillende contexten. De ICS is beschikbaar in een groot aantal talen. De Nederlandse digitale variant van de Schaal voor verstaanbaarheid vind je op deze website. 
  • Op de website Taal begint thuis is een overzicht te vinden van gratis taaltips, spellen en video’s in 9 talen. Je kunt op de website filteren op taal en leeftijd. De website kan ingezet worden in de logopedische behandeling en in de advisering van ouders op het gebied van de meertalige opvoeding.

Hulpmiddelen om communicatieve participatie in beeld te brengen:

  • Veel kinderen met TOS hebben problemen in de communicatieve participatie: zij kunnen het lastig vinden om in dagelijkse situaties met anderen mee te doen. Zij kunnen het bijvoorbeeld lastig vinden om mee te doen in de les, om een ruzie met leeftijdsgenoten uit te praten of om een verhaal te vertellen in een kringgesprek. Je kan de COMPARe vragenlijsten (een voor ouders en een voor leerkrachten) gebruiken om de communicatieve participatie van kinderen met TOS tussen 6-12 jaar in kaart te brengen. 
  • Ook MijnCommunicatie kan gebruikt worden om de communicatieve participatie in beeld te brengen. MijnCommunicatie is bedoeld voor mensen met taal-, spraak-, of stemproblemen, slechthorendheid of andere communicatieproblemen. Er zijn vier verschillende versies, te weten voor kinderen, jongeren, jongvolwassenen en volwassenen.  

Werken met (jong)volwassenen met TOS: 

  • Gebruik aangepaste taal, maar spreek niet kinderlijk.
    Gebruik korte, duidelijke zinnen, herhaal of herformuleer waar nodig en ondersteun mondelinge uitleg met visuele middelen, stappenplannen of voorbeelden.
     
  • Neem tijd voor het opbouwen van vertrouwen en benadruk wat wél lukt: successen vergroten motivatie.  
  • Maatwerk is heel belangrijk.
    Werk met levensechte taken (bijv. formulieren, werkmails, gesprekken op het werk). Probeer ook gebruik te maken van situaties die de cliënt zelf meebrengt. Oefen communicatie in praktische scenario’s (bijv. werkoverleg, afspraken maken, feedback vragen)
     
  • Maak samen een ‘communicatieprofiel’: wat helpt wel, wat werkt niet?  
  • Leer je cliënt om tijd te vragen: “mag ik even nadenken?”.  
  • De Com-Pas kan helpen bij de communicatie in lastige situaties. De Com-Pas is verkrijgbaar als pasje en als app.   
  • Overweeg multidisciplinaire samenwerking (bijv. AC, psycholoog, werkcoach, NT1-docent) bij complexe hulpvragen.

Snel naar…

Wil je meer weten over TOS? Kijk dan op deze pagina’s: 

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 1 juni 2026