Ook kinderen die meertalig opgroeien kunnen TOS hebben. Dan zijn er problemen in alle talen, dus ook in de thuistaal. Soms is het lastig om onderscheid te maken tussen TOS en een taalachterstand in het Nederlands. Op deze pagina leggen we uit wat hoort bij een normale meertalige ontwikkeling. Wanneer moet je je als professional zorgen maken over de taalontwikkeling bij een meertalig kind? En wat is er bekend over TOS bij meertalige kinderen?
TOS en meertaligheid in het kort
Veel kinderen groeien meertalig op. Sommige kinderen horen thuis overwegend een andere taal dan Nederlands (de thuistaal). Andere meertalige kinderen horen overwegend Nederlands. TOS komt ook voor bij meertalige kinderen. Een meertalig kind met TOS zal in alle aangeboden talen moeilijkheden ondervinden. De taalproblemen zijn dan niet groter dan bij eentalige kinderen met TOS.
TOS komt ongeveer even vaak voor bij meertalige kinderen als bij eentalige kinderen. Het is in de praktijk wel lastiger om TOS vast te stellen bij meertalige kinderen. Bij een meertalig kind zal daarom vaker en langer gesproken worden over een ‘vermoeden van TOS’.
Meertalige kinderen hebben meer tijd nodig om klanken, woorden en zinnen in twee talen te leren maken. Ouders of professionals kunnen zich onterecht zorgen maken, bijvoorbeeld omdat een meertalig kind nog weinig woorden kent. Het omgekeerde gebeurt ook: soms denken ouders of professionals dat een kind moeite heeft met taal omdat het meerdere talen leert, terwijl het kind eigenlijk TOS heeft.
Bekijk dit TOSportret
Hayat over haar zoon Adam van 10 jaar:
Meertaligheid is geen oorzaak van TOS. Er is dus geen reden om het taalaanbod bij een kind met TOS te beperken tot één taal. Ook kinderen met TOS kunnen twee of meer talen leren. Het is dan wel belangrijk dat kinderen in alle talen voldoende en kwalitatief goed taalaanbod krijgen.
Taalachterstand of TOS?
Sommige meertalige kinderen komen weinig in contact met de Nederlandse taal, bijvoorbeeld omdat ze niet naar een Nederlandstalige opvang gaan en thuis alleen een andere taal horen. Dit kan leiden tot een taalontwikkelingsachterstand (TOA) in het Nederlands. Kinderen hebben dan moeite met Nederlands omdat ze te weinig woorden en zinnen in die taal gehoord hebben. We noemen dit ook wel een blootstellingsachterstand. Bij voldoende taalaanbod halen de meeste kinderen de taalachterstand weer in.
Mijlpalen
Meertalige kinderen ontwikkelen hun talen grofweg op dezelfde manier als eentalige kinderen. Vroege mijlpalen, zoals het eerste woord, worden rond dezelfde leeftijd verworven. Een afwijkende ontwikkeling van de thuistaal kan wijzen op TOS. Kinderen met TOS blijven dan in beide talen bijvoorbeeld korte en eenvoudige zinnen gebruiken.
Sommige kinderen die niet vanaf de geboorte, maar pas later een nieuwe taal leren, gaan soms eerst door een zogenaamde ‘stille periode’. Het kind spreekt dan nog niet actief in de nieuwe taal. Dit kan wel een jaar duren. Toch is het kind al wel volop bezig met het opnemen van nieuwe informatie. Ook worden betekenissen alvast gekoppeld aan woorden die het kind al kent vanuit de thuistaal. Een stille periode kan dus passen binnen een typische meertalige taalontwikkeling. Bij kinderen van vluchtelingen kan de taalontwikkeling bovendien vertraagd zijn door wat zij hebben meegemaakt.
Woordenschat
Meertalige kinderen verdelen hun tijd over twee of meer talen, waardoor ze relatief minder van elke taal horen dan eentalige kinderen. Vaak kennen zij bepaalde woorden alleen in de thuistaal (bijvoorbeeld woorden die met verzorging te maken hebben zoals ‘tandenpoetsen’ en ‘handdoek’) en andere woorden alleen in de schooltaal (bijvoorbeeld typische schoolwoorden zoals ‘optellen’ en ‘liniaal’). Hierdoor hebben ze in elk van de talen afzonderlijk vaak een kleinere woordenschat. Maar bij elkaar opgeteld kennen zij wel ongeveer evenveel woorden als eentalige kinderen.
Een (tijdelijk) kleinere woordenschat in iedere taal past dus bij een typische meertalige ontwikkeling. Meertalige kinderen kunnen hun achterstand in Nederlandse woordenschat op school inhalen, daar zijn meerdere jaren basisonderwijs voor nodig. Het is niet goed mogelijk om te zeggen hoeveel tijd een kind hiervoor nodig heeft. Dat is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid taalaanbod en het vermogen van het kind om taal te leren. Meer informatie over meertaligheid in de klas vind je op meertalig.nl en Onderwijskennis.
Tip
Lees meer over de rol van de thuistaal in het onderwijs op Multi-STEM.
Fouten in het Nederlands
Meertalige kinderen maken meer fouten in de uitspraak en grammatica van het Nederlands. Daarbij beïnvloeden de talen elkaar. Zo kan een kind dat thuis Pools hoort in het Nederlands moeite hebben met het gebruik van lidwoorden, omdat het Pools geen lidwoorden heeft. Soms kan grammaticale kennis in de ene taal juist nuttig zijn bij het leren van de andere taal. Zo heeft het Turks bijvoorbeeld veel verschillende werkwoordsvormen. Dit kan ervoor zorgen dat kinderen de uitgangen van Nederlandse werkwoorden relatief makkelijk leren.
Tip
Wil je meer weten over de invloed van een specifieke thuistaal op het Nederlands? Kijk dan eens op de websites Meertaligheid en Taalstoornissen of Moedertaal in T2. Zo krijg je meer inzicht in fouten die te verwachten zijn vanuit de thuistaal.
Grammaticale fouten horen dus bij een typische meertalige ontwikkeling. Meertalige kinderen gebruiken bijvoorbeeld vaker een verkeerde werkwoorduitgang (“loopt jij”). Hardnekkige en langdurige grammaticale problemen zijn wel een kenmerk van TOS. Kinderen met TOS zullen bovendien uitgangen van werkwoorden vaker helemaal weglaten (“jij loop”).
Talen door elkaar gebruiken
Meertalige kinderen gebruiken de talen soms door elkaar, bijvoorbeeld een Nederlands woord in een Turkse zin of andersom. Een voorbeeld met een typisch Nederlands woord in een Engelse zin is ‘Can I have a poffertje’? Het ‘mixen’ van talen past bij een normale meertalige ontwikkeling en is geen teken van TOS.
Ook het wisselen tussen talen hoort bij meertaligheid, bijvoorbeeld als ouders Turks praten en kinderen in het Nederlands antwoorden. Meertalige kinderen met TOS lijken – in vergelijking met meertalige kinderen zonder TOS – wel vaker naar het Nederlands te wisselen als de gesprekspartner de thuistaal spreekt. Dat heeft waarschijnlijk te maken met een zwakkere beheersing van de thuistaal en zwakkere executieve functies van het kind met TOS. Lees meer over TOS en executieve functies op Neurocognitieve ontwikkeling.
Tip
Ook voor kinderen met TOS is het belangrijk de thuistaal te stimuleren.
Tip
Toon interesse in de thuistaal van het kind. Vaak ontstaan interessante gesprekken!
Algemene vaardigheden
Kinderen met een taalachterstand hebben in principe geen taalleerprobleem. Ze hebben dus geen moeite met algemene vaardigheden die nodig zijn om taal te leren. Deze vaardigheden zijn relatief onafhankelijk van de beheersing van het Nederlands. Meertalige kinderen hebben bijvoorbeeld geen moeite met klanken onthouden. Kinderen met TOS hebben wel een zwakker geheugen voor talige informatie. Meertalige kinderen met TOS zullen dus meer moeite hebben met het onthouden van klankenreeksen, zoals bij het herhalen van cijferreeksen (“één, zeven, vier, twee”) of niet-bestaande woorden (“jenidasolak”).
Meertalige kinderen hebben doorgaans ook geen problemen met structuur aanbrengen in een verhaal. Voor kinderen met TOS is een verhaal (na)vertellen wel moeilijk. Zij kunnen belangrijke elementen van het verhaal minder goed overbrengen, zoals het doel of het resultaat. Een zwakker talig geheugen of problemen met een verhaal vertellen passen niet bij een typische meertalige ontwikkeling en kunnen wijzen op TOS.
Signalen TOS
In dit schema van staan de belangrijkste signalen van TOS (rode vlaggen) bij elkaar:
Rode vlag of normaal bij tweede taalverwerving? |
||
Wat |
Rode vlag |
Passend bij meertaligheid |
| Uitspraakfouten die passen bij de thuistaal |
![]() |
|
| Grammaticale fouten | ![]() |
|
| Langdurig korte en eenvoudige zinnen gebruiken |
![]() |
|
| Langdurig weglaten van werkwoorduitgangen (“hij loop”) |
![]() |
|
| Onthouden van klankenreeksen is moeilijk |
![]() |
|
| Inhoud van een verhaal weergeven is moeilijk |
![]() |
|
Gebaseerd op Blom & Blumenthal (2019)
Taalaanbod thuis
De hoeveelheid en kwaliteit van het taalaanbod speelt een belangrijke rol bij de taalontwikkeling. In de thuistaal kunnen meertalige ouders meestal een kwalitatief beter taalaanbod bieden dan in het Nederlands. Het is dus belangrijk om ouders te stimuleren de thuistaal te gebruiken. Een stevig fundament in de thuistaal heeft bovendien een positief effect op de schooltaal. Tips en adviezen over taalstimulering en meertaligheid zijn ook te vinden op TOLK.
Tip
Een rijk taalaanbod in de thuistaal is de springplank naar het leren van het Nederlands.
Tip
Ondersteun ouders in het versterken van de thuistaal. Wijs ze bijvoorbeeld op Prentenboeken in alle talen of Nik-Nak, met (audio)-vertalingen van Nederlandstalige voorleesboeken.
Tip
‘Cultuursensitief werken’ kan het wederzijds begrip vergroten. Kijk voor adviezen eens bij Lokaal Nul.
Het mengen van talen door ouders is niet nadelig voor de taalontwikkeling. Er zijn zelfs aanwijzingen dat mengen helpend kan zijn, omdat de talen elkaar kunnen versterken. Bijvoorbeeld als ouders woorden met dezelfde betekenis vlak na elkaar in twee talen aanbieden (“Kijk een hond, un perro!”). De talen hoeven ook niet strikt van elkaar gescheiden te worden. Een ouder hoeft dus niet altijd in dezelfde taal te spreken tegen het kind.
Tip
Krijgt een meertalig kind met TOS al zorg? Wijs ouders dan op het Deelkracht Vragenboekje, met vragen die ouders aan professionals kunnen stellen. Het boekje is in verschillende talen beschikbaar.
TOS vaststellen bij meertalige kinderen
Om (een vermoeden van) TOS vast te stellen is het belangrijk om alle talen die het kind spreekt te onderzoeken. De grote variatie aan talen maakt onderzoek van de thuistaal in de praktijk lastig uit te voeren. Logopedisten hebben vaak geen kennis van de thuistaal. Ook zijn geschikte taaltesten niet in alle talen beschikbaar. Nederlandse taaltesten zijn bovendien gebaseerd op het vergelijken van het kind met een Nederlandse norm. Deze normen zijn gebaseerd op prestaties van (voornamelijk) eentalige kinderen. Meertalige kinderen scoren vaak lager op taaltesten genormeerd voor eentalige kinderen, ook als er geen sprake is van TOS.
Onderzoek meertaligheid
Een logopedist zal bij meertalige kinderen navraag doen naar de ontwikkeling van de thuistaal en het aanbod in de verschillende talen. Zo kan worden ingeschat of het taalaanbod voldoende is om de verschillende talen te leren en welke taal/talen het kind vermoedelijk het beste beheerst. Bij dit onderzoek worden altijd de ouders betrokken, indien nodig met een tolk. Logopedisten en andere professionals kunnen hiervoor vragenlijsten gebruiken zoals de ALDEQ-NL en de PABIQ.
Tip
Bij Stichting Meertalige Logopedie kun je meertalige logopedisten vinden met kennis van een specifieke thuistaal van het kind.
Tip
Om inzicht te krijgen in de thuistaal en het taalaanbod is het Vraaggesprek Meertaligheid ontwikkeld. Dit vraaggesprek kan ook helpen om met ouders te praten over de meertalige opvoeding en de waarde van de thuistaal.
Tip
Speakaboo is ontwikkeld om de spraakontwikkeling in de thuistaal te onderzoeken.
Taaltesten
Wanneer de logopedist inschat dat het kind voldoende Nederlands taalaanbod heeft gehad, zal ze een taaltest in het Nederlands afnemen. Dit geeft een indruk van het Nederlands taalniveau, maar de score moet voorzichtig geïnterpreteerd worden omdat de normen gebaseerd zijn op eentalige kinderen.
Als het kind nog onvoldoende Nederlands heeft gehoord, kan de logopedist de taaltest afnemen in de thuistaal. Dit gebeurt bij voorkeur met behulp van een tolk. De score geeft een indruk van het taalniveau van het kind in de thuistaal. Omdat de testitems aangepast en vertaald zijn, kunnen geen harde uitspraken gedaan worden over de ernst van de eventuele taalproblemen.
Logopedisten onderzoeken ook meer algemene vaardigheden zoals het onthouden van klankenreeksen of een verhaal vertellen. Hiervoor zijn testen ontwikkeld die minder afhankelijk zijn van kennis van het Nederlands. Meer informatie over testen voor meertalige kinderen vind je bij LITMUS-NL. Het kan ook nuttig zijn om inzicht te krijgen in hoe snel kinderen taal leren tijdens een sessie bij de logopedist. Meertalige kinderen met TOS zullen bij ‘dynamisch’ testen minder snel nieuwe woorden of taalregels oppikken.
Tip
Behandel je meertalige kinderen met TOS? Betrek dan de ouders en de thuistaal. Kies bijvoorbeeld behandeldoelen die ook in de thuistaal voorkomen, zoals zinnen met ‘omdat’. Zo kunnen de talen elkaar versterken.
Verder lezen of luisteren?
- Blumenthal, M. (2009). Meertalige ontwikkeling. Adviezen over meertalige opvoeding bij een auditief/communicatieve beperking. Kentalis/Acco.
- Blom, E. & Blumenthal, M. (2019). Wanneer verloopt de verwerving van Nederlands als tweede taal té traag? – VHZ Online
- Boerma, T. & Blom, E. (2017). Talige en cognitieve ontwikkeling van eentalige en meertalige kinderen met en zonder een taalontwikkelingsstoornis – VHZ Online
- Jansen, M. (2023). Meertaligheid: geen nadeel, maar voordeel – NEMO Kennislink (interview met Elma Blom)
- Redl et al. (2017). Drie mythes over meertalig opvoeden ontrafeld – NEMO Kennislink (interview met Sharon Unsworth)
- Vermeij, B. et al. (2023). Meertaligheid onder de Loep! – VHZ Online
- In de podcast Kletsheads van de Radboud Universiteit gaan aflevering 4 van seizoen 1 en aflevering 1 van seizoen 3 over taalproblemen en taalachterstand. Er is ook een Engelstalige versie.
- De Deelkracht handreiking Omgaan met diversiteit is ontwikkeld voor kinderen met gehoorverlies, maar de adviezen zijn ook relevant voor kinderen met TOS.
Bronnen
- Byers-Heinlein K, & Lew-Williams C. (2013). Bilingualism in the Early Years: What the Science Says. Learning Landscapes, 7(1), 95-112.
- Fibla, L., Kosie, J. E., Kircher, R., Lew-Williams, C., & Byers-Heinlein, K. (2022). Bilingual language development in infancy: What can we do to support bilingual families? Policy Insights from the Behavioral and Brain Sciences, 9(1), 35-43.
- Gross, M. C., & Kaushanskaya, M. (2022). Language control and code-switching in bilingual children with developmental language disorder. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 65(3), 1104-1127.
- Kapantzoglou, M., Brown, J. E., Cycyk, L. M., & Fergadiotis, G. (2021). Code-switching and language proficiency in bilingual children with and without developmental language disorder. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 64(5), 1605-1620.
- Unsworth, S. (2016). Quantity and Quality of Language Input in Bilingual Language Development. In Nicoladis, E., Montanari, S. (ed.). Lifespan perspectives on bilingualism, pp. 136-196.
- Van Witteloostuijn, M., & Blom, E. (2025). Parental language mixing and its association with language outcomes of children with (a suspicion of) Developmental Language Disorder. Journal of Communication Disorders, 106557.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 8 december 2025

