ProfessionalsOnderwijsRoutes onderwijs

De meeste kinderen met TOS gaan naar het regulier onderwijs. Een deel van deze kinderen krijgt ondersteuning vanuit het speciaal onderwijs (ondersteuningsarrangement). Een klein deel van de kinderen met TOS volgt speciaal onderwijsVier organisaties bieden specialistische ondersteuning en speciaal onderwijs voor kinderen met een auditieve en/of communicatieve beperking (onderwijsarrangement)Dit wordt cluster 2 onderwijs genoemd. De vier cluster 2-instellingen Kentalis, Auris, Viertaal en Vitus-Zuid werken samen binnen Siméa. Op deze pagina staan de verschillende mogelijkheden voor ondersteuning en onderwijs voor leerlingen met TOS beschreven. 

Regulier onderwijs

Een school in het regulier onderwijs heeft een zorgplicht zodra een kind wordt aangemeld. De school moet volgens de wet op passend onderwijs basisondersteuning bieden. Elke school heeft een bepaald ondersteuningsaanbod dat jaarlijks bijgesteld kan worden. In de schoolgids staat welke ondersteuning een school biedt.  

Lijkt een leerling extra ondersteuning nodig te hebben? Dan maakt de leerkracht en/of intern begeleider van de school eerst samen met ouders een ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) voor een leerling. Daarin staat welke extra ondersteuning en begeleiding nodig is en, indien nodig, de aanpassingen aan het (reguliere) onderwijsprogramma. Een school kan adviseren om de leerling aan te melden bij een andere reguliere basisschool die een beter passend ondersteuningsaanbod heeft. Sommige scholen hebben meer mogelijkheden, bijvoorbeeld omdat er een onderwijsassistent kan worden ingezet of klassen klein zijn.

Bij handelingsverlegenheid moet de reguliere school extra ondersteuning aanvragen of een aanvraag doen voor speciaal onderwijs bij het samenwerkingsverband en/of het aanmeldpunt van een cluster 2-instelling. In een samenwerkingsverband (SWV) werken reguliere scholen en scholen voor gespecialiseerd onderwijs in een regio samen.

Bij twijfel of cluster 2 de juiste ondersteuning kan bieden is het belangrijk om zowel het samenwerkingsverband als cluster 2 te betrekken. Vanuit het samenwerkingsverband kan een begeleider passend onderwijs (bpo’er) bijvoorbeeld meedenken over de juiste ondersteuning.

Is een kind nog niet ingeschreven voor een school en is de verwachting dat er ondersteuning nodig is voor de spraaktaalproblemen dan kunnen ouders een aanvraag doen bij een aanmeldpunt van een cluster 2-instelling. De voorschoolse voorziening (bijv. behandelgroep of kinderopvang) kan hier vaak bij helpen. Er moet dan voldoende informatie zijn om de specifieke onderwijsbehoeften in te kunnen schatten en te bekijken welke vorm van onderwijs passend is. 

Ondersteuning bij lichte leer- en gedragsproblemen

Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor passend onderwijs aan leerlingen met leer- en gedragsproblemen. Daaronder valt ook plaatsing in het speciaal basisonderwijs (SBO). Het SBO valt – ondanks de naam – onder het regulier onderwijs en de Wet op het primair onderwijs. Deze vorm van onderwijs is voor leerlingen met lichte leer- en/of gedragsproblemen. Ook voor kinderen met TOS kan dit een goede optie zijn, met name als de leerproblemen de grootste belemmering vormen en niet de spraak-taalproblemen.

Op het SBO zijn de klassen kleiner dan op het regulier onderwijs en is er vaak meer ondersteunend personeel, zoals onderwijsassistenten, psychologen/orthopedagogen of logopedisten. Voor het SBO is een toelaatbaarheidsverklaring nodig van het samenwerkingsverband. Een diagnose TOS is hiervoor niet nodig.

Leerlingen met leerproblemen en/of leerachterstanden kunnen na de basisschool doorstromen naar Praktijkonderwijs (Pro) of vmbo met leerwegondersteuning (lwoo). Voor deze vormen van ondersteuning en onderwijs is ook een toelaatbaarheidsverklaring van het samenwerkingsverband nodig. Zie voor meer informatie ook het Steunpunt Passend Onderwijs. 

Onderwijsclusters in Nederland

Onderwijs en ondersteuning voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte is in Nederland verdeeld in vier clusters. Cluster 1 en 2 zijn gericht op zintuiglijke beperkingen (ook wel Zintuiglijk Gehandicapten-sector of ZG-sector genoemd). Cluster 1 biedt onderwijs en ondersteuning voor leerlingen met een visuele beperking.

Cluster 2 is gericht op leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking, dat zijn doof/slechthorende leerlingen en leerlingen met TOS. Cluster 1 en 2 hebben een aparte status en vallen niet onder de samenwerkingsverbanden.

Cluster 3 is voor kinderen met een lichamelijke handicap, langdurige ziekte of zeer ernstige leerproblemen. Cluster 4 is voor kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen, zoals Autisme Spectrum Stoornis (ASS). De extra ondersteuning voor cluster 3 en 4 wordt wel bekostigd vanuit het samenwerkingsverband. Deze vorm van ondersteuning of speciaal onderwijs kan passend zijn voor kinderen met TOS en bijkomende leer- of gedragsproblemen. Veel kinderen die naar cluster 3 of 4 gaan zullen ook taal- en communicatieve problemen hebben. Bij ernstige taalproblemen is het mogelijk om ambulante begeleiding vanuit cluster 2 in te schakelen. 

Ondersteuning vanuit cluster 2 aanvragen

Bij vragen of zorgen over leerlingen met spraak-taalproblemen kunnen scholen advies vragen aan cluster 2-instellingen. Dit kan ook als leerlingen nog geen (multidisciplinair vastgestelde) diagnose TOS of ‘vermoeden van TOS’ hebben. Er is dan bijvoorbeeld nog helemaal geen diagnose TOS of alleen een diagnose TOS die door een eerstelijns logopedist is vastgesteld (niet door een multidisciplinair team).

Scholen kunnen laagdrempelig advies vragen via een digitaal spreekuur, bijvoorbeeld DigiTAAL spreekuur Kentalis of Auris Online Spraak-/taalspreekuur. Bij vragen over de schoolse ontwikkeling kunnen scholen ook Consultatie & Advies (C&A) aanvragen. Een deskundige van de cluster 2 organisatie kan na aanvraag schriftelijk of telefonisch advies geven. Ook is het mogelijk dat de deskundige één of meerdere keren op school komt kijken en daarna advies geeft. Consultatie & Advies wordt aangeboden door KentalisAurisViertaal en Vitus-Zuid.

Bij zorgen over de communicatieve participatie en de schoolse ontwikkeling van leerlingen met TOS kan de school – samen met ouders – een aanvraag doen voor extra ondersteuning vanuit cluster 2. Het is belangrijk dat de spraak- en/of taalproblemen op de voorgrond staan. De regels voor het toekennen van een ondersteuningsarrangement of onderwijsarrangement vanuit de cluster 2 organisaties staan in de Siméa richtlijn toelaatbaarheid.

Richtlijn toelaatbaarheid kort samengevat:

  • Er is een diagnose TOS of bij zeer jonge kinderen een sterk vermoeden van TOS. Voor de diagnose TOS moet een algehele ontwikkelingsachterstand, gehoorproblemen of meertaligheid als oorzaken zijn uitgesloten. Dit gebeurt meestal op een audiologisch centrum (voor zeer jonge kinderen is dit een vereiste). 
  • De spraak-taalproblemen zijn ernstig. De communicatieve redzaamheid of communicatieve participatie is zeer gering. De leerling kan door de spraak-taalproblemen onvoldoende meedoen in dagelijkse situaties. 
  • Er is al professionele hulp geweest voor de spraak-taalproblemen in de vorm van bijvoorbeeld een peuterbehandelgroep, individuele (eerstelijns)logopedie, thuisbegeleiding gericht op interactie en communicatie, remedial teaching gericht op taal en communicatie, een uitgevoerd en geëvalueerd OPP of uitgevoerde en geëvalueerde adviezen vanuit C&A. 
  • De leerling heeft door de spraak-taalproblemen een hulpvraag bij de communicatie en/of het leren (onderwijsbehoefte). Daarvoor is kennis uit het speciaal onderwijs nodig.  
  • De school heeft een hulpvraag bij de ondersteuning van een leerling met TOS (ondersteuningsbehoefte). Daarvoor is kennis uit het speciaal onderwijs nodig.

Na een aanvraag verzamelt de Commissie van Onderzoek (CvO) van het aanmeldpunt alle gegevens voor in het dossier. Ze bekijken het dossier en besluiten of een kind recht heeft op een ondersteunings- of onderwijsarrangement. In de CVO zitten meerdere deskundigen, zoals een spraak-taaldeskundige, een onderwijsdeskundige en een gedragsdeskundige.

Een overzicht van de aanmeldpunten is te vinden bij Scholen voor speciaal onderwijsHeeft een leerling met TOS ook andere zorg en hulp nodig, bijvoorbeeld een sociale vaardigheidstraining? Kijk dan bij Routes zorg. 

Aanbod vanuit cluster 2

Ambulante begeleiding

De cluster 2 organisaties bieden ondersteuning in het regulier onderwijs bij onderwijsbehoeften op het gebied van spraak, taal en communicatie. Dit heet een ondersteuningsarrangement, ambulante begeleiding of ambulante ondersteuning. Een leerling kan een ondersteuningsarrangement krijgen op elke basisschool, middelbare school en mbo (middelbaar beroepsonderwijs), ook op een andere vorm van speciaal onderwijs (cluster 3 en 4) of het SBO. 

Een ambulant begeleider of dienstverlener met kennis over TOS komt op school en geeft advies en hulp aan de leerkracht(en) of docent(en), bijvoorbeeld over hulpmiddelen en aanpassingen in de klas. Individuele ondersteuning van een leerling met TOS is ook mogelijk. De onderwijsbehoefte van de leerling en de ondersteuningsbehoefte van de school bepalen de intensiteit van het arrangement.

Een ambulant begeleider of dienstverlener kan bijvoorbeeld:  

  • voorlichting geven aan het hele team over TOS 
  • een leerling met TOS begeleiden (individueel of in een groepje) 
  • de leerkracht coachen 
  • co-teaching geven met de leerkracht 

De ondersteuning is tijdelijk, jaarlijks wordt bekeken of de ondersteuning nog nodig is. 

 

Speciaal Onderwijs (so en vso)

Bij een klein deel van de kinderen met TOS zijn de spraak-taalproblemen zo ernstig dat er meer ondersteuning nodig is dan een ondersteuningsarrangement kan bieden. Dan kan een onderwijsarrangement worden aangevraagd voor het cluster 2 speciaal onderwijs (so) of voortgezet speciaal onderwijs (vso) voor leerlingen met TOS. Het (voortgezet) speciaal onderwijs valt onder de Wet op de expertisecentra.

Binnen het cluster 2 speciaal onderwijs is veel kennis over TOS. Er zijn logopedisten die individueel of in groepjes logopedie geven, in of buiten de klas. Meerdere disciplines zijn aanwezig, zoals bijvoorbeeld een psycholoog/orthopedagoog, fysiotherapeut of ergotherapeut. Net als in het SBO zijn de klassen kleiner dan in het regulier onderwijs. Jaarlijks bekijkt de school of een leerling voldoende vooruitgaat en de overstap naar regulier onderwijs kan maken, eventueel met ondersteuning van een ambulant begeleider of dienstverlener.

Ook vso scholen stellen een ontwikkelingsperspectief op met een uitstroomprofiel: vervolgonderwijs, arbeidsmarktgericht of dagbesteding. Het expertisecentrum voor curriculumontwikkeling SLO geeft meer informatie over het vso.

Een overzicht van cluster 2 scholen is te vinden op Scholen voor speciaal onderwijs. 

 

Combinatie regulier en speciaal onderwijs

In de beweging naar inclusiever onderwijs ontstaan steeds meer schoolvormen waarin regulier en speciaal onderwijs intensiever samenwerken.

Op scholen met een mediumvoorziening volgen meerdere leerlingen met TOS het reguliere lesprogramma. Het hele schoolteam volgt bijscholing op het gebied van TOS. Op deze scholen is intensievere begeleiding door een ambulant begeleider of dienstverlener aanwezig. Ook kunnen andere professionals worden ingezet, zoals een onderwijsassistent of logopedist. Voor deze vorm van ondersteuning is een ondersteuningsarrangement nodig. Ook taalzwakke leerlingen zonder arrangement profiteren van deze vorm van onderwijs.

Er zijn ook speciale scholen die gevestigd zijn in of vlakbij een reguliere school. Dit wordt een school-in-schoolsetting genoemd. Zo krijgt een kind met TOS passend onderwijsaanbod en heeft het ook veel contact met leerlingen van de reguliere school. Voor deze vorm van onderwijs is een onderwijsarrangement nodig.

Voorbeelden van deze vormen van onderwijs voor leerlingen met TOS zijn te vinden op de website van Kentalis. 

Meer lezen

De website Schoolreis bevat een visuele routekaart voor ouders over de weg naar onderwijs, gericht op kinderen met TOS die een behandelgroep bezoeken.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 26 mei 2026