In het kort
Als psycholoog of orthopedagoog zie je in je praktijk waarschijnlijk kinderen, jongeren of volwassenen met (een vermoeden van) TOS. TOS wordt niet altijd op tijd herkend. Problemen met gedrag, leren of emoties kunnen de taalproblemen overschaduwen. Kijk daarom ook naar taal als iemand bij je komt met andere klachten. In gesprekken help je met korte zinnen, rust en ondersteuning met beeld.
Hoe kom je in aanraking met TOS?
Ongeveer 5% van de kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS). De kans is dus groot dat je in de klinische praktijk kinderen of (jong)volwassenen met (een vermoeden van) TOS tegenkomt. TOS ziet er bij ieder kind anders uit en gaat niet over. De kenmerken kunnen wel veranderen naarmate een kind ouder wordt. Een (jong) kind met TOS kan bijvoorbeeld vooral moeite hebben met uitspraak of het vertellen van een samenhangend verhaal. Jongeren met TOS ervaren daarentegen vaker problemen in het schoolse leren of de sociale communicatie. Zo kunnen ze moeite hebben met het volgen van onderwijs of belanden ze vaker in conflictsituaties met leeftijdsgenoten. Volwassenen met TOS ervaren vaker problemen in hun werk en in sociale contacten en kunnen kwetsbaarder zijn voor sociaal-emotionele en psychische problematiek als (sociale) angst en depressie. Omdat TOS niet altijd (tijdig) wordt herkend, bestaat het risico dat taalproblemen worden overschaduwd door gedrags- of leerproblemen. Juist psychologen en orthopedagogen kunnen daarom een belangrijke rol spelen in het herkennen en duiden van TOS binnen een bredere ontwikkelingscontext. Het is dus goed dat psychologen en orthopedagogen weten wat TOS is.
Op de pagina Herkennen van TOS staan de belangrijkste signalen van TOS op een rij. Vaak wordt een grove tweedeling gemaakt tussen problemen in de taalproductie (expressieve problemen) en problemen in de taalproductie én het taalbegrip (expressieve en receptieve problemen). Daarnaast worden verschillende taaldomeinen onderscheiden.
Een kind kan moeite hebben met:
- Spraakklanken herkennen of maken
- Woorden begrijpen of produceren
- Zinnen begrijpen of produceren, zinsbouw en woordvorming zijn vaak moeilijk
- Taal in context gebruiken, zoals een verhaal vertellen, humor begrijpen, figuurlijke taal gebruiken of de beurt nemen in een gesprek
TOS komt even vaak voor bij meertalige als bij eentalige kinderen. Een meertalig kind met TOS heeft in alle talen taalproblemen. De meertaligheid is geen oorzaak van TOS. Op de pagina Meertaligheid vind je veel informatie over meertaligheid en worden de belangrijkste signalen van TOS bij meertalige kinderen beschreven.
In de klinische setting kan je de volgende signalen opvangen die kunnen passen bij TOS:
Mensen met TOS reageren niet altijd op taal.
Ze geven bijvoorbeeld geen antwoord op een vraag. Dit komt doordat zij de vraag niet begrijpen, of niet weten dat er een antwoord wordt verwacht. Ook kan het zijn dat ze meer tijd nodig hebben om de vraag te begrijpen en een antwoord te formuleren.
Mensen met TOS begrijpen taal niet altijd.
Een kind komt bijvoorbeeld niet direct in actie als je ze een opdracht geeft. Het kind moet de inhoud van de vraag nog eerst verwerken.
Mensen met TOS hebben vaak moeite met vertellen.
Ze kunnen bij het vertellen de juiste woorden niet goed vinden, hebben moeite om goede (grammaticale) zinnen te maken of de boodschap goed over te brengen. Voor iemand met TOS kan het bijvoorbeeld lastig zijn om de klachten en hulpvragen te verwoorden.
Mensen met TOS kunnen bij talige informatie sneller afgeleid zijn.
Bij gedoseerde en concrete informatie zie je vaak, dat de aandacht groeit.
Kinderen met TOS kunnen opvallend of moeilijk gedrag vertonen.
Door miscommunicatie kunnen bijvoorbeeld vaker ruzies ontstaan. Een kind weet bijvoorbeeld niet hoe het grenzen kan aangeven met woorden of begrijpt de regels van een spel niet.
Als psycholoog/(ortho)pedagoog kan je een aanmelding krijgen van iemand met klachten die direct betrekking hebben op taal, zoals problemen met verstaanbaar spreken of met het begrijpen van gesproken taal. Daarnaast kunnen ouders van een kind of een (jong)volwassene met TOS zich melden met bredere zorgen, bijvoorbeeld over gedrag, sociaal-emotioneel functioneren, psychosociale problemen of leerproblemen. In deze gevallen is een onderliggend taalprobleem niet altijd direct zichtbaar, maar kan TOS wel een belangrijke rol spelen. De taalproblemen bij TOS gaan vaak samen met andere problemen, zoals sociaal-emotionele problemen (zoals kenmerken van (sociale) angst en depressie) en problemen met executieve vaardigheden (werkgeheugen, (volgehouden) aandacht of planning), of motorische problemen. Op de pagina’s Overige ontwikkeling, Sociaal-emotionele ontwikkeling, TOS en andere stoornissen en Neurocognitieve ontwikkeling vind je meer over de problemen op de verschillende ontwikkelingsdomeinen.
Kijk ook eens naar de ervaringsverhalen.
Daar vertellen mensen met TOS en hun ouders wat ze merken van TOS in hun dagelijks leven.
Wat kun je doen?
Signaleren
Vroege signalering van taalproblemen is belangrijk, omdat dit kan helpen om verdere problemen in de cognitieve, sociaal-emotionele en schoolse ontwikkeling te voorkomen of te verminderen. Kennis van TOS en de bijbehorende signalen is daarom van groot belang: niet alleen voor het kind of de (jong)volwassene met TOS, maar ook voor ouders, school en andere betrokkenen. Bij kinderen tot 6 jaar kan de ELS-vragenlijst helpen om een eerste beeld van de taalontwikkeling te krijgen. Is er aanleiding om de taalontwikkeling verder te laten onderzoeken, dan vind je informatie over doorverwijzen op de pagina Routes en criteria zorg.
Naast het herkennen van de taalproblemen, is het goed om te letten op signalen in het gedrag die kunnen wijzen op een onderliggend taalprobleem. Veelvoorkomende problemen bij kinderen en (jong)volwassenen met TOS op gedragsniveau zijn bijvoorbeeld:
- Moeite met het aangaan en onderhouden van vriendschappen
- Teruggetrokken of vermijdend gedrag in sociale situaties
- Frustratie of agressie in communicatief complexe (sociale) situaties
- Moeite met het vasthouden van informatie, en het plannen en organiseren van activiteiten
- Aandachtsproblemen, vooral bij het verwerken van talige informatie
Aanpassen van de communicatie
Begeleid je een kind of een (jong)volwassene met (vermoeden van) TOS, dan is het belangrijk om je taalgebruik aan te passen. Gebruik korte en duidelijke zinnen. Leg moeilijke woorden uit en geef niet te veel informatie tegelijk. Praat rustig en neem de tijd om iets uit te leggen. Las af en toe een pauze in, zodat de informatie goed verwerkt kan worden. Herhaal belangrijke woorden en zinnen als dat nodig is. Gebruik ook ondersteuning, zoals wijzen, gebaren, plaatjes, een eenvoudige tekening of het opschrijven van belangrijke woorden. Als je met een jong kind praat, zorg dan dat je eerst contact maakt. Bijvoorbeeld door oogcontact te maken en op ooghoogte te gaan zitten voordat je iets vertelt. Overleg met het kind, de volwassene of de ouders wat zij als helpend ervaren.
Deze kleine aanpassingen kunnen een groot verschil maken:
Help iemand met TOS om hun verhaal te vertellen.
Dit kun je doen door wie-wat-waar-wanneer-hoe-en-waarom vragen te stellen.
Houdt goed in de gaten of jouw informatie daadwerkelijk overgekomen is.
Vraag bijvoorbeeld of degene met TOS kan vertellen wat jij net hebt uitgelegd.
Doe instructies, opdrachten of oefeningen eerst zelf voor.
Schrijf eventuele instructie op of maak een filmpje voor thuis en help bij het plannen en organiseren ervan.
Let op problemen en signalen rondom werkgeheugen en aandacht.
Houd rekening met de mogelijke problemen in de executieve vaardigheden en wees alert op signalen dat het werkgeheugen of de aandachtsspanne onder druk staat.
Zorg voor een rustige omgeving.
Dat doe je door stoorgeluiden zo mogelijk te beperken (bijvoorbeeld pratende mensen of muziek).
Schakel een logopedist in.
Schakel een logopedist in wanneer je het vermoeden hebt dat het probleemgedrag mogelijk samenhangt met onderliggende taalproblemen.
Benader de uitdagingen vanuit een systeemgericht perspectief.
Niet alleen het kind of de (jong)volwassenen, maar ook de omgeving heeft ondersteuning nodig.
Wil je in je behandeling rekening houden met TOS, dan kun je op de website TOS in beeld een overzicht vinden van beschikbare materialen. Wil je psycho-educatie over TOS meenemen in je behandeling, dan is Spraaktaal Kids hierbij een handig hulpmiddel.
Diagnostiek
Bij sommige kinderen of (jong)volwassenen is TOS al vastgesteld. Het is dan aan de psycholoog of (ortho)pedagoog om deze diagnose te plaatsen binnen het bredere ontwikkelingsprofiel. Daarbij moet gekeken worden naar de samenhang tussen de taalontwikkeling en andere ontwikkelingsdomeinen, zoals de sociaal-emotionele, cognitieve ontwikkeling waaronder het executief functioneren en Theory of Mind, motorische ontwikkeling. Ook is het van belang te bekijken hoe deze ontwikkelingsgebieden elkaar wederzijds beïnvloeden en hoe TOS zich verhoudt tot eventuele andere (comorbide) stoornissen.
Informeren en versterken van de omgeving
Psychologen en (ortho)pedagogen hebben samen met de logopedist een belangrijke rol in het informeren van ouders, leerkrachten en andere begeleiders over wat TOS inhoudt en welke impact dit heeft op het functioneren. Meer kennis en herkenning helpt om realistische verwachtingen te scheppen en passend gedrag vanuit de omgeving te stimuleren. Het is ook belangrijk om aandacht te besteden aan acceptatie. Stimuleer de omgeving om te kijken naar wat het kind of de (jong)volwassene met TOS wél kan en ondersteun het kind of de (jong)volwassene in het ontwikkelen van zelfvertrouwen en veerkracht.
Meer leren?
Wil je zelf meer leren over TOS, hoe je TOS kan herkennen of kinderen met TOS kan ondersteunen? Kijk dan eens bij cursussen voor professionals van de verschillende expertiseorganisaties (Auris, Kentalis, NSDSK en Pento). Er zijn bijvoorbeeld cursussen om TOS te ervaren. Ook zijn er cursussen over de invloed op het leren en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarnaast worden er ook meerdere cursussen aangeboden over meertaligheid.
Naar cursussenHeb je behoefte aan boeken over TOS, dan zijn de volgende boeken relevant:
- Boek: Taal in het kwadraat
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 2 september 2026