ProfessionalsVanuit je vakgebiedSport-, dans- of muziekleraar

In het kort

Geef je les of training in sport, dans of muziek? Dan heb je misschien een kind of jongere met (een vermoeden van) TOS in je groep. Een kind met TOS heeft moeite met taal begrijpen of gebruiken. Uitleg en opdrachten komen dan niet altijd goed aan. Je helpt het kind met korte zinnen, dingen voordoen en plaatjes van de volgorde van de les.

Hoe kom je in aanraking met TOS?

Ongeveer 5% van de kinderen heeft een taalontwikkelingsstoornis (TOS). De kans is dus aanwezig dat je in je werk te maken krijgt met een kind of jongere met (een vermoeden van) TOS. TOS ziet er bij ieder kind anders uit en gaat niet over. De kenmerken kunnen wel veranderen naarmate een kind ouder wordt.

Op de pagina Herkennen van TOS staan de belangrijkste signalen van TOS op een rij. Vaak wordt een grove tweedeling gemaakt tussen problemen in de taalproductie en problemen in de taalproductie én het taalbegrip. 

Daarnaast worden verschillende taaldomeinen onderscheiden.

Een kind kan moeite hebben met:

  • Spraakklanken herkennen of maken
  • Woorden begrijpen of produceren
  • Zinnen begrijpen of produceren, zinsbouw en woordvorming zijn vaak moeilijk
  • Taal in context gebruiken, zoals een verhaal vertellen, humor begrijpen, figuurlijke taal gebruiken of de beurt nemen in een gesprek 

Tijdens jouw lessen of trainingen kan je de volgende signalen opvangen die kunnen passen bij TOS:

Mensen met TOS reageren niet altijd op taal.

Ze kunnen bijvoorbeeld geen antwoord geven op een vraag, omdat zij de vraag niet begrijpen, of niet weten dat er een antwoord wordt verwacht. Ook kan het zijn dat ze meer tijd nodig hebben om de vraag te begrijpen en een antwoord te formuleren. 

Mensen met TOS begrijpen taal niet altijd.

Een kind reageert bijvoorbeeld later dan groepsgenoten op een opdracht, zoals “jullie mogen allemaal in een rij gaan staan”. Kinderen met TOS kijken vaak eerst naar groepsgenoten om te weten wat ze moeten doen. Soms nemen ze wat je zegt heel letterlijk.

Mensen met TOS hebben vaak moeite met vertellen.

Ze kunnen bij het vertellen woorden niet goed vinden, hebben moeite om goede zinnen te maken of de boodschap goed over te brengen.

Mensen met TOS kunnen bij talige informatie soms sneller afgeleid zijn.

Bijvoorbeeld als je iets aan het hele team uitlegt. Een-op-een uitleg bevordert aandacht en focus.

Mensen met TOS kunnen opvallend of moeilijk gedrag vertonen.

Door miscommunicatie kunnen bijvoorbeeld vaker ruzies ontstaan. Een kind weet bijvoorbeeld niet hoe het kan vragen of je de uitleg wil herhalen of begrijpt de regels voor de sport niet.

Mensen met TOS kunnen ook motorische problemen hebben.

Ze kunnen langzamer zijn in het halen van motorische mijlpalen of minder soepel bewegen. Sommigen hebben bijvoorbeeld meer tijd nodig voor het strikken van veters. Anderen hebben moeite met hun balans en evenwicht, bijvoorbeeld bij touwtje springen of over een evenwichtsbalk lopen.

De taalproblemen bij TOS gaan vaak ook samen met andere problemen, zoals sociaal-emotionele problemen en problemen met executieve vaardigheden (werkgeheugen, volgehouden aandacht of planning). Op de pagina’s Overige ontwikkeling, Sociaal-emotionele ontwikkeling en Neurocognitieve ontwikkeling vind je meer over de problemen op deze ontwikkelingsdomeinen.

Kijk ook eens naar de ervaringsverhalen.
Daar vertellen mensen met TOS en hun ouders wat ze merken van TOS in hun dagelijks leven.

Naar ervaringsverhalen

Wat kun je doen?

Heb je een kind of jongere met (een vermoeden van) TOS in jouw team of les? Dan is het belangrijk om je taalgebruik aan te passen. Gebruik korte en duidelijke zinnen. Leg moeilijke woorden uit en geef niet te veel informatie tegelijk. Praat rustig en neem de tijd om iets uit te leggen. Las af en toe een pauze in, zodat het kind de informatie goed kan verwerken. Herhaal belangrijke woorden en zinnen als dat nodig is. Gebruik ook ondersteuning, zoals wijzen, gebaren, plaatjes, een eenvoudige tekening of het opschrijven van belangrijke woorden. Als je met een jong kind praat, zorg dan dat je eerst contact maakt. Bijvoorbeeld door oogcontact te maken en op ooghoogte te gaan zitten voordat je iets vertelt.  Overleg met het kind, de volwassene of de ouders wat zij als helpend ervaren. 

 

Aanpassen van de communicatie 

In je lessen of trainingen kunnen deze kleine aanpassingen een groot verschil maken:

Benoem wat je zelf doet, denkt of voelt in korte, maar volledige zinnen.

Benoem ook wat je iemand met TOS ziet doen. Zeg bijvoorbeeld: “Ik zie dat je verdrietig kijkt. Wat is er aan de hand?” of “Ik ga mijn jas aandoen, want ik heb het koud”. 

Spreek een kind of jongere individueel aan, in plaats van de hele groep.

Dit kan ervoor zorgen dat het kind of jongere minder snel zijn aandacht verliest. 

Je kunt de volgorde van de les duidelijk maken met plaatjes.

Zo begrijpen kinderen of jongeren beter waar ze aan toe zijn. 

Doe een handeling voor.

Zo ziet een kind of jongere wat de bedoeling is. Het kind of jongere kan het dan gemakkelijker zelf (na)doen. 

Laat het kind of jongere met TOS  niet als eerste een opdracht uitvoeren.

Geef andere kinderen zonder TOS eerst de beurt of kondig de beurt goed aan.

Let extra op non-verbale signalen bij personen met TOS.

Let bijvoorbeeld op een vragende blik. Leg dan nog een keer uit wat de bedoeling is.

Meer leren?

Wil je zelf meer leren over TOS, hoe je TOS kan herkennen of kinderen en jongeren met TOS kan ondersteunen tijdens je lessen of trainingen? Maak dan de gratis e-learning Sport & TOS. Deze is bedoeld voor trainers, coaches of begeleiders van sportactiviteiten. Je leert in ongeveer 30 minuten je begeleiding en communicatie af te stemmen op sporters met TOS.

Naar de e-learning Sport & TOS

Wil je nog meer weten over TOS, kijk dan eens bij cursussen voor professionals van de verschillende expertiseorganisaties (Auris, Kentalis, NSDSK en Pento). Er zijn bijvoorbeeld workshops, waarin je kunt ervaren hoe het is om TOS te hebben.

Naar cursussen

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 2 september 2026